Als je dit leest, herken je het vast: mindfulness bij perfectionisme voelt als de perfecte oplossing die je tegelijkertijd het meest tegenstaat. Dat was het voor mij ook. Toen ik begon met Intuïtief Eten was een van de grootste struikelblokken mindful eten. In alle oefeningen die ik ooit had gekregen om te leren omgaan met mijn drukke, perfectionistische hoofd waren meditaties altijd een groot obstakel. Daar had ik een behoorlijke weerstand tegen opgebouwd.
30 minuten in bed liggen terwijl je luistert naar een body scan, thuis? Geen tijd voor. Er stond altijd wel iets op de to-do lijst dat ik nuttiger vond. Nu kan ik zien dat ik mijn perfectionisme gewoon mee liet lopen in mindfulness: als mindful eten het ideaalplaatje is in Intuïtief Eten, dan moest ik dat ook perfect doen. Bij elke maaltijd, altijd. Zo is het echter niet bedoeld.
In alle pogingen om mijn perfectionisme gezond te gebruiken liep ik steeds weer tegen mindfulness aan. En dat bleek precies de perfecte manier 😉 om bewust te worden van mijn patronen. Hoe ik op de automatische piloot door het leven jaag. Dat ik mijn brein heb getraind in zorgen maken, piekeren, angst en spijt. En dat ik mijzelf heb getraind om elke minuut te vullen met activiteit.
De sportschool en de oefening
Voordat ik verder ga: mindfulness en meditatie zijn niet hetzelfde. Dat dacht ik lang wel, en het zorgde voor extra weerstand.
Mindfulness is als de sportschool. Het is een vaardigheid: je vermogen om aandacht te schenken aan wat er in het hier en nu gebeurt, zonder erin meegesleurd te worden. Je kan mindful zijn terwijl je in de rij staat, in een vergadering zit of in een gesprek.
Meditatie is de specifieke oefening om die vaardigheid te versterken. Bewuste training van je aandacht. En dat hoeft echt niet altijd plat op bed met een body scan of in een lotushouding op een kussen
Waarom werkt het eigenlijk?
Ik vroeg me af waarom mindfulness eigenlijk werkt. Bleek dat de wetenschap er iets moois over te zeggen heeft.
Je brein heeft een soort dwaalmodus: een netwerk van hersengebieden dat actief wordt als je niet met volle focus ergens mee bezig bent. Die modus is op zich heel nuttig. Het is het systeem dat zorgt dat je spontaan met een briljant plan komt als je onder de douche staat. Ervaringen worden verwerkt, informatie opgeslagen, verbanden gelegd.
Maar als je onder stress staat, te weinig slaapt, beweegt of ontspant, dan gaat diezelfde dwaalmodus ook aan als je juist ergens mee bezig bent. Focussen lukt dan minder goed. En de modus wordt donker: vol zorgen over dingen waar je geen invloed op hebt, herkauwen van wat er is gezegd of gedaan, piekeren over alles wat mis kan gaan. Dan wordt je dwaalmodus een ongelukkige modus.
Onderzoek toont aan dat zowel mindfulness als meditatie ervoor zorgen dat een drukke dwaalmodus tot rust komt en beide hebben een positieve invloed op stress en zorgen voor meer ontspanning. Je wint dus aan twee kanten.
Weerstand bij mindfulness is heel normaal
Die weerstand die ik eerst voelde, daarin blijk ik niet alleen te staan. Net als bij een nieuwe oefening in de sportschool: je gaat het voelen in je spieren voordat je de voordelen opmerkt. Het is je brein dat niet graag uit de automatische piloot komt.
En eigenlijk doe je dat twee keer tegelijk. Je probeert iets nieuws, waarvoor je brein nieuwe paadjes moet aanleggen. Het signaal gaat nu langs een andere route. Dat is niet altijd een fijn proces. En tegelijkertijd wil je dat je brein minder op de automatische piloot doet. Oef. Dan zaag je ook nog eens aan die stabiele poten.
Ons brein versterkt zenuwbanen om ons beter te maken in de dingen die we het meest doen. Dat is mooi, maar helaas was ik vooral bezig met de dingen die mij juist ongelukkig, angstig en ongeconcentreerd hielden. Als ik dat wil omdraaien, moet ik iets met die weerstand doen.
In de praktijk: goed nieuws
Je hoeft geen expert te zijn om te beginnen. Sterker nog, 30 seconden is al genoeg. Mag ik ze van je hebben?
Ga lekker zitten of staan. Adem in en adem uit. Pauze. Nog één keer, iets langzamer en iets dieper. Adem in, adem uit.
Dat was het. Dat is al een mini-meditatie.
Nog een paar andere manieren om te experimenteren:
Geef je emoties een naam. “Gestrest, nerveus, woedend, blij, onzeker”. Het benoemen van je emoties heeft een kalmerend effect. Het verschuift de activiteit in je brein.
Kies één activiteit die je mindful doet. Alles wat je doet met volledige aandacht op het nu telt. Al is het maar een paar happen mindful eten.
Accepteer gedachten als alleen maar gedachten. Je brein maakt allerlei gedachten, ook de donkere die niet helpen. Neutraliseer ze door jezelf eraan te herinneren: het zijn alleen maar gedachten. Haal dan een paar keer diep adem.
Doe de ‘5 dingen’-oefening. Merk op wat er is in je omgeving. Welke 5 interessante dingen kan je zien, horen, voelen of ruiken? Bijvoorbeeld tijdens het wandelen: wat is uniek, nieuw, of eerder niet opgemerkt?
Waar ik eerder geen tijd zag om 30 minuten te luisteren naar een body scan, komen alle kleine momentjes die ik bewust pak samen op meer dan 30 minuten. Maar dan zonder weerstand. Nu is een half uurtje in de trein een uitstekend moment om mijn brein lekker te laten dwalen. Terwijl ik lekker naar buiten kijk op zoek naar die verrassing , een stel hazen of reeën die weghollen. En dat dwaalmomento zorgt ervoor dat ik beter slaap. Dat ik mijn werk kan loslaten als ik thuis ben.
Ga experimenteren. Uitzoeken wat voor jou werkt. Ook al is het klein, de beloning is groot. Minder stress, meer bewustheid in het nu en minder last van mentale druk.
Heb je iets gevonden dat werkt voor jou? Deel het in de opmerkingen.